Skip to content Skip to footer
Verslag: Privileges
AuthorAshley SwagersShare

Verslag: Privileges

Tekst: Ashley Swagers, fotografie: Isaac Owusu                                               

De deelnemers zijn samengekomen in het Maritiem Museum in Rotterdam voor de zesde een na laatste sessie. Aspha Bijnaar, directeur van Musea bekennen kleur, heeft vooraf aan iedereen laten weten dat het een ervaringssessie zal worden waarin uitsluiting en discriminatie centraal staat, waardoor de sessie confronterend kan zijn. Een koude sessie dus. Het is de eerste sessie waarbij ik, schrijver van de verslagen, achter mijn laptop vandaan kom om daadwerkelijk deel te nemen aan de sessie in plaats van enkel te luisteren en mee te schrijven. Ik schipper tijdens deze zesde sessie tussen observeerder en deelnemer. 

Deze sessie is een workshop, begeleid door Seydâ Buurman-Kutsal, De workshop is gebaseerd op een leermethode van de Amerikaanse Jane Eliott (1933). Jane Elliott introduceerde de leermethode in 1968 als reactie op de racistische moord op dr. Martin Luther King. Elliott’s leermethode is inmiddels bekend als de workshop Blue Eyes Brown Eyes. Seydâ is indertijd getraind door Jane Elliott. 

Bij aankomst in het museum maakt Seydâ bij de aanmeldtafel een tweedeling op basis van oogkleur: de deelnemers met blauwe ogen krijgen een groen kraagje om de hals en worden apart gezet van deelnemers met bruine ogen. Ik bevind me in de groep met bruine ogen, er was bij het inschrijven geen twijfel over mogelijk. Echter, er komen in de groep met bruine ogen ook enkelen terecht die evengoed in de groep met blauwe ogen hadden kunnen worden ingedeeld.

Hun ogen zijn zo licht, soms groen, dat ze gemakkelijk door Seydâ in de groep met de blauwe ogen hadden kunnen worden geplaatst in plaats van in de groep met privileges. Met privileges, want, de mensen met bruine ogen hebben tijdens de workshop toegang tot de inhoudelijke presentatie van Seydâ in een knusse zaal met hapjes en warme dranken. De mensen met blauwe ogen hebben deze gemakken niet. In plaats daarvan zijn zij toegewezen op elkaar in een sobere, lege ruimte waar ze naartoe zijn gedirigeerd door een van de kordate assistenten van Seydâ. Onder strenge toezicht van de assistenten moeten de blauwogen tijd uitzitten zonder te weten waar ze aan toe zijn. 

Seydâ vangt enkel met de bruinogen de workshop aan. De blauwogen zijn volledig uit het zicht van de bruinogen geplaatst. Seydâ heeft een streng voorkomen met haar donkere colbert, indringende bruine ogen en strakke knot in haar haar. Hoewel in deze ruimte juist de mensen met bruine ogen de privileges hebben, is de toon van Seydâ naar de deelnemers toch streng en bevelend. Ze vertelt de aanwezigen dat de blauwogen in een andere ruimte zijn en dat we ons over hun geen zorgen meer hoeven te maken. Niet iedereen gelooft dat.

Toch durft bijna niemand dit hardop te betwijfelen. Er lijkt een alleenheerschappij te ontstaan waarin zij de macht heeft. Om de tweedeling tussen de oogkleuren te benadrukken hangen er aan de muren in de zaal waar de bruinogen zitten posters met leuzen over mensen met blauwe ogen; ‘Blauwoog, als het je hier niet bevalt ga je maar naar huis’, ‘Blauwogen hebben neiging tot crimineel gedrag’, ‘Hier gelden bruinogige normen en waarden’. 

De workshop bezorgt me verwarring, het voelt aan de ene kant als een rollenspel in een micro-maatschappij en aan de andere kant als een enorm onwennige en verwarrende situatie. De rollen zijn omgedraaid, maar ook weer niet helemaal. 

Seydâ vraagt aan de bruinogen of zij zich weleens uitgesloten of gediscrimineerd hebben gevoeld. Een van de aanwezige Critical Friends van Musea Bekennen Kleur doet daarop uitvoerig relaas van een sollicitatieprocedure waarin ze het gevoel had niet professioneel erkend te worden. Ze voelde zich onveilig en daarna machteloos toen ze achteraf ontdekte dat de functie naar een witte vrouw met blauwe ogen was gegaan. Dat maakt ze vaker mee, stelde ze verdrietig vast.

Voordat het verhaal goed en wel bij ons kan bezinken, steekt een van de deelnemers haar hand op. Ze wil vooral kwijt dat ze zich grote zorgen maakt over de blauwogen in de andere ruimte. “Ik wil weten hoe het met de anderen gaat.” Seyda biedt aan, om naar buiten te gaan om dat te onderzoeken, maar dat dat betekent dat ze niet meer deze ruimte in mag. De deelnemer staat op en verlaat beslist te ruimte.

Seydâ vraagt de groep te reflecteren op wat er net is voorgevallen. Voor de meesten was het helder: terwijl de Critical Friend net een kwetsbare ontboezeming deed, negeerde de deelnemer in kwestie dit verhaal, teneinde haar bezorgdheid over de blauwogen uit te spreken. Er zijn tijdens de workshop meer voorvallen tussen deelnemers onderling die, zo vertelt Seydâ, symbool staan voor de onderlinge machtsverhoudingen in de alledaagse werkelijkheid. Alles draait uiteindelijk om macht en privileges, vertelt ze: wie heeft meer of minder macht om uitsluiting en discriminatie in stand te houden of juist te bestrijden?

Gaandeweg de training willen eigenlijk meer bruinogen weten hoe het de blauwogen elders vergaat. “Laten we ze dan maar hier naar binnen halen,” stelt Seyda voor, maar alleen onder haar voorwaarden: geen oogcontact met de blauwogen, geen fysiek contact als iemand het moeilijk krijgt gedurende de workshop, maar desgewenst wel uitlachen. Seydâ vraagt elk van ons afzonderlijk of die zich aan de regels kan houden. Wie dat niet kan, wordt opgedragen de ruimte meteen te verlaten. 

Ik ben in tweestrijd. Is het belangrijk voor de groep met de blauwe ogen om te voelen hoe het is om uitsluiting en discriminatie aan den lijve te voelen opdat ze het beter kunnen herkennen en bestrijden in de echte wereld? Of is het belangrijk dat ik me te allen tijde tegen elke vorm van uitsluiting verzet? Ook tegen de uitsluiting hier in deze zelfgecreëerde micro samenleving? Ik spreek hardop mijn twijfels uit, doch stem uiteindelijk in met Seydâ haar regels. 

Plots stormt iemand uit de groep blauwe ogen luid onze ruimte binnen. Opgewonden roepend dat we op punten worden voorgelogen door Seyda en dat we beter meteen de workshop kunnen verlaten. Seydâ blijft rustig, geeft aan niemand te hebben voorgelogen. Maar de deelnemer herhaalt dat we in opstand moeten komen. Daar iedereen blijft zitten, neemt hij jas en tas om het gebouw te verlaten. Seyda vervolgt de bijeenkomst. 

Wanneer de blauwogen eindelijk binnenkomen mogen ze plaatsnemen op ongemakkelijke en lage krukjes die in ons midden zijn geplaatst. Een van hen neemt plaats tussen de bruinogen en negeert Seydâ’s opdracht. Ik ben wat huiverig voor wat er komen gaat en ik vraag me, ondanks mijn akkoord met de regels opnieuw af welke les in deze workshop van onder- of bovengeschikt belang is: je privileges gebruiken om op te komen voor degenen die er minder hebben of geen? Of, de ervaring van het wegvallen van de macht en de privileges die je in de ‘echte’ wereld wel hebt? Een aantal van de aanwezige blauwogen bekleedt namelijk directie- of staffuncties in de museale sector. Om nu hier met een groen kraagje op een laag krukje te moeten zitten en op bevelende toon te worden toegesproken door Seydâ moet menigeen ontregelen. Maar niet iedereen in die groep heeft in de wereld buiten dit museum evenveel privileges.

De rollen zijn niet rechtstreeks omgedraaid. In de groep met bruine ogen bevinden zich namelijk evengoed personen met macht en privileges in de museumsector. Ze zijn wit, man en hoogopgeleid. Ik realiseer me dat iedereen die onderdeel is van deze workshop een andere les te leren heeft afhankelijk van diens positie in de samenleving. Uiteindelijk wordt iedereen onvermijdelijk geconfronteerd met de werking van macht binnen een groep. 

Dan gebeurt er nog iets. Een vrouw draagt haar groene kraagje op een andere manier dan de bedoeling was. Ze had er een soort broche van gemaakt. Dat bevalt Seyda niet.a “Waarom draag jij je kraagje op zo een manier? Je bent erg creatief, zie ik. Kom maar even naar voren om een kunstje te doen.” De vrouw stapt naar voren, maar laat weten zich ongemakkelijk te voelen en geen kunstje te willen doen.

Seydâ heeft zojuist het begrip ‘Deutungsmacht’ concreet gemaakt: het gegeven dat je als persoon met macht kwaliteiten kan toebedelen aan een ander. Ergens in de ruimte hangt ook een poster waarop staat geschreven ‘Blueys got rythm’ naar de populaire opvatting dat mensen van kleur goed kunnen dansen en zingen. Het is hetzelfde principe. Voordat de situatie nog ongemakkelijker wordt stapt Seydâ uit haar rol en laat de groep weten hetzelfde te kunnen doen. Het onderscheid tussen de blauwe ogen en de bruine ogen is opgeheven. Seydâ haalt haar haar uit het strenge knotje en verzacht haar toon. De workshop wordt nabesproken. Seydâ maakt de hiërarchie die ze tijdens de workshop heeft gecreëerd inzichtelijk aan de hand van een schema over hoe macht in de samenleving werkt. 

Wat gelaten over de emotionele wervelwind die zich zojuist heeft voltrokken, praten sommigen nog wat na en gaan anderen naar huis. Als deze workshop een reflectie is van de handhaving van macht in de samenleving buiten deze vier muren, vraag ik me af wat ik kan leren van mijn acties binnen deze vier muren. Ongetwijfeld hebben de anderen dezelfde vraag in hun hoofd. Seydâ heeft huiswerk meegegeven: denk na over je eigen (machts)positie in de samenleving, en vooral wat je zelf kunt doen om anderen niet uit te sluiten, maar juist in te sluiten.

Musea Bekennen Kleur wordt mede mogelijk gemaakt door

Partners

Musea Bekennen Kleur © 2024.

ALL RIGHTS RESERVED.