Skip to content Skip to footer
Verslag: Identiteit en de Keti Koti Tafel
AuthorMusea Bekennen KleurShare

Identiteit en de Keti Koti Tafel

Tekst: Guinevere Ras – Musea Bekennen Kleur, fotografie: Isaac Owusu

 

“Luisteren, doorgaans doen we dat veel te weinig. Een veilige ruimte creëren om persoonlijke verhalen uit te wisselen begint steevast met ruimte bieden,” benadrukt Mercedes Zandwijken tijdens haar introductie. Zandwijken -medeoprichter van de Keti Koti Tafel- is vandaag de eerste van vier procesbegeleiders bij Musea Bekennen Kleur die actief samenwerkt met vijftien erfgoedinstellingen aan de verduurzaming van diversiteit en inclusie in de verschillende organisaties. En in deze allereerste sessie van dit jaar reflecteren de erfgoed professionals aan haar Keti Koti Tafel in de chique tuinzaal van het Centraal Museum in Utrecht.

De afgevaardigden van de musea staan op deze zonnige middag stil bij het gedeelde slavernijverleden van Nederland, maar ook bij de gevolgen van dat verleden die vandaag de dag nog doorwerken. Aan de nauwkeurig gedekte eettafels in vrolijke en kleurrijke Afrikaans printen volgt allereerst een reeks symbolische handelingen. Na een enkele stoel wisseling krijgen de aanwezigen de opdracht om op een stukje ‘Kwasi Bita’ te kauwen. Met een bittere, rauwe nasmaak in de mond smeren de deelnemers vervolgens bedachtzaam kokosolie over elkaars polsen. “De symbolische pijn van het ‘bittere’ slavernijverleden wordt op deze wijze letterlijk weggewreven,” aldus Zandwijken.

Mercedes Zandwijken introduceert Keti Koti Tafel       

Mercedes raakte vijftien jaar geleden al geïnspireerd voor het idee van een Keti Koti Dialoogtafel toen zij een Joodse Sedertafel bijwoonde met haar Joodse partner. Het idee liet haar niet meer los. En zo kwam zij uit op een nieuw ontstane traditie voor de herdenking van de Nederlandse slavernijgeschiedenis; de Keti Koti Tafel. Gebaseerd op de Joodse Sedertafel, het Ramadanfestival, de dialoogtafels en het Kwanzaa-feest waarmee Afro-Amerikanen hun cultuur vieren. Naast het herdenken van de strijd van voorouders en het vieren van de vrijheid staan vanmiddag ook vraagstukken over identiteit centraal bij de Keti Koti Tafel. Dit ontdekken de aanwezigen des te meer tijdens de uitgebreide dialoog-sessies. 

Naast het diner bord en het bestek ligt in een kleine envelop een stapeltje kaarten met vragen klaar. De vragen die op de kaarten staan bieden opbouw voor een stevig en intiem gesprek. Dat verloopt ongeveer zo; de ene gesprekspartner vertelt in drie minuten zijn verhaal naar de aanleiding van de vraag op het kaartje. Opgevolgd door één minuut stilte, en dan weer twee minuten ‘reactietijd’ van de andere gesprekspartner. Vervolgens worden de rollen omgedraaid. Zo ontstaat er in rap tempo aan de Keti Koti Tafel een intieme dialoog-sessie met een strakke dialoog-structuur. Het oogt intens, maar door deze omlijnde kaders worden de deelnemers wel gedwongen om extra goed te luisteren. En vervolgens voldoende na te denken alvorens ze inhoudelijk op een gesprekspartner reageren.

Maar voordat de deelnemers deze gesprekken ingaan, worden zij door Mercedes geïnstrueerd om vooral goed naar de persoon tegenover hen te kijken. Een belangrijk criterium voor een gesprekspartner aan deze tafel is namelijk verschil. Hetzij in leeftijd, huidskleur, kledingstijl, oogkleur, gender. Om het ijs te breken introduceert Mercedes Zandwijken de volgende vraag: ‘Wat maakt jou bijzonder, anders, kwetsbaar?’

Geen vraag die je doorgaans zou stellen aan een vreemde. De ongemakkelijkheid die de zaal lijkt binnen te kruipen is voelbaar. De deelnemers kijken vertwijfeld om zich heen. De een verschuift zijn stoel wat vaker en de ander dwaalt zichtbaar weg in gedachten. Het voelt op het eerste gezicht onnatuurlijk aan, maar niet veel later blijkt ook hier in de tuinzaal; juist door jezelf kwetsbaar op te stellen kom je sneller in verbinding met anderen.

Het effect is te zien. Geëmotioneerde gezichten en veel knikkende blikken worden uitgewisseld als tijdens de ‘reactietijd’ de gesprekspartners openhartig op ‘de ander’ reflecteren. Zo deelt een deelnemer achteraf na een dialoog-vraag: ‘Ik vind het heel dapper dat je dat met mij durfde te delen omdat er juist een taboe heerst op dat soort onderwerpen.’

Na de vraag van Mercedes wisselen de gesprekspartners weer van stoel waarna zij beginnen aan een volgende vraag: ‘Deel een ervaring uit het verleden over hetzij een verhaal dat iemand vertelde, een beeld dat je gezien hebt, een boek dat je gelezen hebt, dat een dusdanige impact op jouw leven gehad heeft wat uiteindelijk geleid heeft tot een nieuw perspectief. Welke gevoelens maakt deze herinnering nu bij je los?’

 

Tussen de tafel dialogen door krijgt iedereen traditiegetrouw een héri héri maaltijd geserveerd. Héri héri is een maaltijd die bestaat uit bakbanaan, aardvruchten, groente en bakkeljauw. Ten tijden van de slavernij in Suriname werd dit voedsel door tot slaaf gemaakten bereid en gegeten op de plantages. Samen eten en intieme gesprekken voeren vormen een uitstekende basis voor verbinding blijkt ook weer op deze avond.

Opnieuw komt er een kaart met een andere uitdagende dialoog-vraag tevoorschijn: Deel een recente ervaring waarbij je een interventie gepleegd hebt met als doel om iemand of een groep die buitengesloten werd in te sluiten. Met welke innerlijke remming en/of waargenomen obstakel(s) en/of emoties werd je toen geconfronteerd.’ Een van de deelnemers was dapper genoeg om een persoonlijk voorbeeld met de groep te delen: ‘Mijn vader heeft het niet op buitenlanders. Maar tijdens mijn studietijd werd hij geconfronteerd met mijn diverse vriendengroep. Ik confronteerde hem hiermee en zijn reactie hierop was dat zij ‘toch anders zijn, een uitzondering’. Een uitspraak die de zaal herkent. Enkele hoofden knikken instemmend.

De dialoogsessies lopen ten einde en worden afgesloten onder het genot van een Surinaamse bojo, een zoet toetje van cassave en kokos. Tenslotte volgt er aan alle instellingen gezamenlijk nog een belangrijke afsluitende vraag: ‘Welk perspectief zou jij in jouw museum willen insluiten-waarbij je tegen jouw eigen beperkingen en remmingen aanloopt? Wie zou jou daarbij kunnen helpen?’ Bij de plenaire terugkoppeling in een kringgesprek blijkt wat ongemak naar boven te komen. Waar moet je namelijk beginnen als jouw museum de boel draaiende probeert te houden met weinig personeel en je desondanks diversiteit en inclusie op de voorgrond wil plaatsen in je beleid? Enkele deelnemers springen bij en denken mee over alternatieven. Ook Aspha Bijnaar (directeur stichting Musea Bekennen Kleur) biedt zich aan om wellicht met steun van andere experts te zullen helpen in deze kwestie. Een dankbare bevestiging dat kwetsbaarheid tonen loont. De Keti Koti Tafel levert zo voldoende bewustwording op maar tegelijkertijd ook vragen waarmee we aan de slag kunnen. Kortom, een prima voedingsbodem voor de volgende reflectiesessies.